Flora en Fauna

december 2012 Vleermuiskasten in het Asserbos

Vleermuiskasten in het Asserbos


naar boven

09-11-11 Paddestoelen in het Asserbos

Beste bosvrienden,
De afgelopen tijd, zijn Theo de Grijs en ik bezig geweest met het fotograferen van paddestoelen in het Asserbos. De vochtige zomer heeft er toe bijgedragen dat de zwammen en schimmels het heel goed deden in ons bos. We hebben geprobeerd ze zo goed mogelijk op naam te brengen maar we zijn er niet in alle gevallen zeker van dat we het goed gedaan hebben. Paddestoelen in het AsserbosDaarom aan jullie de vraag, mocht je een foute determinatie aan treffen, meld het ons dan. We zullen het dan herstellen. We hebben ook een aantal plaatjes gewoon van een nummer voorzien omdat we niet weten wat we gefotografeerd hebben. Ook in dat geval; weet iemand van jullie welke paddestoel het is, meld het, dan zullen we de naam toevoegen. Door de afbeeldingen van paddestoelen op onze site te zetten hopen we dat jullie met nog meer interesse naar ons bos kijken. Als iemand mooie(re) foto´s heeft of foto´s van andere paddestoelen uit het bos, zend ze dan naar het secretariaat, dan vullen we de site aan. Voor de planten in het bos willen we hetzelfde gaan doen. Op dit moment bloeit er weinig tot niets maar in het voorjaar gaat de natuur weer los. We vragen dan de fotografen onder u, plaatjes van bloeiende planten naar het secretariaat te zenden.
Wilto Groenendaal

KLIK HIER


naar boven
7-3-2008: Hardlopen met de duisternis op je hielen

Geschreven door Wilto Groenmendaal en gepubliceerd in het Gezinsblad februari 2008

In ons Asserbos wordt het voorjaar. Dat betekent dat veel planten weer gaan bloeien. Sommige doen dat al vroeg in het jaar. Eerst de hazelaar die al in januari zijn gele katjes laat hangen, even later gevolgd door de els. Deze beide bomen zijn windbestuivers. In het vroege voorjaar zijn er nog geen insecten die voor het transport van het stuifmeel naar de vrouwelijke bloemen kunnen zorgen. Dus zijn ze aangewezen op de wind aangewezen. Wil de bestuiving succesvol zijn dan moet er enorm veel stuifmeel worden geproduceerd. Hooikoortspatiënten kunnen daar volneuzig over meepraten!
Even later bloeit het gele speenkruid langs de slootkanten wat later gevolgd door de witte sterretjes van bosanemonen en de kelkjes van de bosklaverzuring. Deze planten hebben een grote aantrekkingskracht op insecten. Het zijn insektenbestuivers. Het voordeel is dat er minder stuifmeel geproduceerd hoeft te worden
Planten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van zonlicht. Licht is de energiebron waarmee ze water uit de bodem en kooldioxide uit de lucht aan elkaar plakken tot glucose. Glucose is de bouwsteen en energievorm waarmee de plant kan groeien en zich voortplanten.
Onze bloemen uit het Asserbos zitten klem tussen de tijd dat insecten actief worden en de tijd dat de bomen hun bladeren ontvouwen. Onder een dicht bladerdek is er te weinig licht om te groeien. Wanneer er na een lang en koud voorjaar zonder insecten een periode komt waarin de temperatuur flink stijgt en de boombladeren snel uit de knoppen komen, hebben onze bloemen pech en is er dus geen voortplanting. Maar, zowel het speenkruid, de bosanemoon als de klaverzuring, hebben een truc achter de hand. Het speenkruid vormt knolletjes met reservevoedsel waaruit een nieuw plantje kan groeien. De bosanemoon en de klaverzuring hebben onderaardse uitlopers met daarin het reservevoedsel voor slechte tijden wanneer de bloemen niet bestoven zijnen er dus geen zaden zijn gevormd. ´s Zomers is er van deze plantjes niets meer te vinden. Ze hebben hun tijd er dan opzitten.

naar boven

7-3-2008: ZEVENSTER
Ingezonden door Homme Vrieling

Onlangs besteedde het gezinsblad aandacht aan de “vereniging Vrienden van het Asserbos ”. Daarin werd gewezen op de binnenkort weer bloeiende speenkruid, bosanemoon en witte klaverzuring (vroeger ook wel bosklaverzuring genoemd; de officiële naam luidt Trientalis europaea). Wanneer genoemde voorjaarsbloeiers, die profiteren van dan nog voldoende licht op de grond, het bijna voor gezien houden neemt een ander eveneens laagbloeiend plantje het stokje over. Voor de “doorgewinterde vrienden” zal het bekend zijn dat de zevenster nog voorkomt in het zuiden van het bos. Zij wordt zo genoemd omdat het in de regel zeventallige witte bloemen heeft, maar ook 7 kelkbladen en 7 meeldraden. Helaas is dit voor Drenthe karakteristieke bloempje in het Asserbos bijna verdwenen.
De Atlas van de Drentse Flora vermeldt: “door de vochtige zomers en de lage gemiddelde jaartemperatuur komen in Drenthe relatief veel planten met een boreaal(noordelijk) verspreidingspatroon voor, zoals Zweeds kornoelje, Zevenster en Noordse zegge”. Dus zeze planten zouden we met veel zorg moeten omringen.

Zevenster komt voornamelijk alleen maar in Drenthe voor; plaatselijk in grote aantallen. In Gelderland en Overijsel slechts hier en daar.
Toen ik in 1973 in Assen kwam wonen kwam het in het Asserbos op die bepaalde plek nog massaal voor. Jaarlijks moest ik toezien dat hun aantal afnam. Nu heeft ook hier de braam toegeslagen. Het planten en oogsten van naadhout op die plek zal er ook geen goed aan hebben gedaan. Zevenster zou een kensoort zijn van Wintereiken-Beukenbos, aldus de Flora. Na enkele pogingen het gevecht met de braam aangegaan heb ik het moeten opgeven door de te grote overmacht.
Het zal niet lang meer duren dat ons zo geliefde Asserbos een “drentse” soort moet prijsgeven.

7-3-2008: Kruipers en klevers
Geschreven door Wilto Groenmendaal en gepubliceerd in het Gezinsblad

Dit stukje gaat niet over kruiperige en kleverige mensen maar over twee soorten vogeltjes die ons Asserbos bewonen, de boomklever en de boomkruiper. Het zijn vogeltjes die ieder op zijn eigen wijze op de stammen van de bomen hun kostje bij elkaar scharrelen
De luidruchtigste van de twee is de boomklever, een leiblauw vogeltje met een oranje buik en een stevige spitse snavel. Hij presteert het om in alle richtingen langs de stammen van de bomen te klauteren en zijn voedsel, dat bestaat uit insectjes en zaden, tussen de schors weg te pikken. Zijn geluid is een luidruchtig fluitje dat doet denken aan het fluiten van een mens. Als u in het bos wordt nagefloten is de kans groot dat het een boomklever is. Ook ´s winters laten ze zich goed horen. Boomklevers nemen de laatste jaren sterk in aantal toe. In ons Asserbos zijn ze heel algemeen geworden.

De boomkruiper is veel minder opvallend. Hij heeft een fantastische schutkleur, bruingroen gevlekt met een roomwitte buik en een pincetsnaveltje. Als het beestje zich niet beweegt zie je hem beslist niet. Alleen door zijn schokkerig gekruip langs de stammen valt hij soms op. Het lijkt dan net een muis. Als het diertje onraad bespeurt, verstopt het zich achter de stam waar het op zit. Net zo als het kiekeboespelletje van kinderen. De klever gebruikt zijn staart niet bij het klimmen maar de kruiper wel. Hij steunt met zijn staartveren tegen de stam net zo als spechten dat ook doen. Het liedje van de boomkruiper is ook veel minder luid dan van de boomklever. Het is een ijl liedje van hoge toontjes dat je vanaf februari kunt horen.
Klevers en kruipers nestelen beide in holtes, soms in nestkastjes. Boomklevers krijg je gemakkelijk te zien op je voedertafel. Ze zijn gek op pinda `s en vetbollen. Boomkruipertjes zijn meer insecteneters en die krijg je minder snel op je voerplaats.

Opnames van de Geelgors in het Asserbos 2007
Met dank aan de maker van deze bijzondere foto's Nico de Groot
(klik op de foto's voor een vergroting)
Klik hier voor een vergroting!
Klik hier voor een vergroting!
Reigersnesten (ingezonden door dhr. H.J. Zingstra)
ReigersnestenBellevue 6 April 2007

Beste mensen,

Vorig jaar zagen we om en bij de Hertenkamp diverse reigers. De laatste maanden zagen we steeds meer.
Het grootste aantal was veel bezig in de toppen van het perceel bos ten noorden van Café-restaurant de Hertenkamp. Ook zagen we activiteiten van nestenbouw.

Zaterdag 31 maart j.l. ben ik daar wezen kijken en zag 5 nesten in de bomen met daaronder veel uitwerpselen.
Begin deze week zagen we 15 stuks in de top van de grote eikenboom bij de vijver.
Het leek wel een vergadering. Opmerkelijk is dat er de laatste dagen weinig activiteiten van de reigers te zien zijn.
Een en ander was voor mij aanleiding om hiervan melding te maken.

Met hartelijk groeten.

H.J.Zingstra

- Vogels gezien in het Asserbos klik maar eens!

 


naar boven
Amfibieëninventarisatie omgeving IJsbaan Asserbos 2006

Het onderzoek
Op verzoek van de Vrienden van het Asserbos is de amfibieën bevolking op en rond de
ijsbaan in het Asserbos geïnventariseerd. De inventarisatie bestond uit één nachtelijke
inventarisatieronde (18 mei) met behulp van zaklamp en amfibieënfuiken. Verder werd het
gebied twee maal overdag (27 april, 13 juli) afgezocht, waarbij gebruik werd gemaakt van een
schepnet.
Het gebied
De inventarisatie concentreerde zich op en rond de ijsbaan. De ijsbaan bestaat uit grasland dat
aan het begin van de winter onder water gezet wordt. Na het schaatsseizoen wordt met het
openen van een stuwtje het water afgevoerd. Het grasland valt dan droog. Aangrenzende
sloten en twee poelen in het grasland blijven doorgaans het hele jaar waterhoudend. Behalve
de ijsbaan is ook het nabijgelegen vijvertje in de Heemtuin (loc. 3), de oude vijver (loc. 4) en
de vijver op het voormalige Landgoed Port Natal (loc.5) in deze inventarisatie betrokken.
Zie kaart voor ligging van de locaties


1. IJsbaan poel 1 en
   aangrenzende sloot
2. IJsbaan poel 2
3. Vijvertje Boshof
4. Oude vijver:
5. Vijver Port Natal

 

 

 

 

 

 

 

De aangetroffen soorten:

Groene kikkerGroene kikker
Groene kikkers werden bij alle watertjes aangetroffen. Op basis van uiterlijke kenmerken werd vastgesteld dat er vooral Bastaardkikkers(Middelste groene kikker / Rana kl. esculenta) maar ook Poelkikkers(Kleine groene kikker / Rana lessonae) in het gebied voorkomen.
Voortplanting werd, door waarneming van larven en eieren, met zekerheid aangetoond voor
de locaties 1,2,4,en 5.

 

bruine kikkerBruine kikker
De bruine kikker (Rana temporaria) is een algemeen voorkomende soort in het Asserbos.
Voortplanting van de soort kon worden vastgesteld in alle onderzochte locaties met uitzondering van de Oude vijver (locatie 4).
Foto: copyright Linda Tieke, afkomstig van www.kikkersite.nl

 

 

 

Gewone pad
De gewone pad(Bufo bufo) is talrijk aanwezig in het gebied. Larven werden aangetroffen in de waterpartijen 1,2,3 en 4. Vooral in de sloot langs de ijsbaan komen de gitzwarte paddenvisjes massaal voor.

 

 

 

Alpenwatersalamander
De Alpenwatersalamander (Triturus alpestris) doet het goed in het Asserbos. Larven en volwassen dieren werden aangetroffen op de locaties 1,2,3 en 5. De soort is vooral ’s nachts met behulp van een zaklamp, maar ook wel overdag, massaal waar te nemen in de sloten rondom de ijsbaan. Of de soort echt niet voorkomt in de oude vijver kan worden betwijfeld.
Hier werden geen larven of volwassen dieren aangetroffen. Maar deze vijver is dan ook lastig effectief te bevissen. De aanwezigheid van vis maakt de vijver in ieder geval weinig aantrekkelijk voor deze soort.

Kleine watersalamander
De Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) werd bij deze inventarisatie niet aangetroffen. Enkele jaren geleden werd deze soort echter nog wel door ondergetekende gevangen in het Vijvertje achter de Boshof. Bovendien werd een paartje van deze soort in 2005 nog aangetroffen in het vijvertje van het voormalig jeugdverkeerspark. Zeer waarschijnlijk komt de soort momenteel nog altijd in het gebied voor. Wel lijkt er sprake te zijn van een zeker verdringingseffect door de massaal aanwezige alpenwatersalamander. De alpenwatersalamander is in en rond Assen, vooral in bosrijke gebieden en in beschaduwde watertjes aanmerkelijk sterker vertegenwoordigd dan de Kleine waterslamander.

De ijsbaan als leefgebied
De ijsbaan heeft een belangrijke functie als leefgebied voor diverse soorten amfibieën. Voor alle aangetroffen soorten fungeert het gebied momenteel goed als kraamkamer. Daarnaast is het vooral van bijzonder belang als leefgebied voor, de sterk aan water gebonden, groene kikkers.

Groene kikkers verblijven, sterker dan andere soorten kikkers en padden, altijd in de buurt van het water. Doordat er, ondanks het al vroeg in het jaar laten droogvallen van de ijsbaan, veel water in de sloten en poelen achterblijft is er sprake van een gezonde populatie groene kikkers. Met name de waterhoudende sloten zijn van belang omdat dit in verhouding veel oeverlengte biedt wat bepalend kan zijn voor de hoeveelheid leefgebied voor groene kikkers. Wanneer het water na de winter langer vastgehouden zou worden dan nu, kan de betekenis voor amfibieën nog verder toenemen.

Naar verwachting biedt het gebied dan ruimte aan een veelvoud van de huidige populatieomvang van alle aangetroffen soorten. Ook wordt het gebied dan aantrekkelijker voor soorten die er nu niet voor komen, zoals bijvoorbeeld de Kamsalamander.

In hoeverre het langer vasthouden van water een optie is verdient dan ook nader aandacht. Hierbij zal wel moeten worden onderzocht of dit leidt tot een te sterke grondwaterstijging en verdrinkingsrisico voor aangrenzende bosopstanden. Waarschijnlijk kan dit met behulp van enkele peilbuizen, vrij eenvoudig, experimenteel onderzocht worden.

November 2006
Bertil Zoer

Overige waarnemingen:


Tiendoornige stekelbaars
(In alle onderzochte waterpartijen aanwezig)

 


Libellen:                                                                  

Sympetrum sanguineum
Bloedrode heidelibel
Bruine Glazanmaker
Bruine glazenmaker

Grote Keizerlibel

Lantaarntje

Platbuik

Watersnuffel


naar boven
MOSSEN IN HET BOS
Mossen in het bosVoor veel mensen is 'mos' niets meer dan iets kleins en mogelijk iets groens. Sterker nog: velen verwarren mossen en korstmossen met elkaar en stellen zich bekertjesmos of rendiermos voor als het woord 'mos' valt. Dit heeft alles te maken met de Nederlandse taal. Mossen en korstmossen lijken in onze taal met elkaar verwant te zijn, maar beide organismen hebben biologisch gezien niets met elkaar gemeen.
Korstmossen zijn samenlevingsvormen van schimmels en algen. De wetenschappelijke benaming van korstmossen - lichenen - is daarom eigenlijk beter. De schimmel en alg leven nauw verstrengeld met elkaar. Zo'n samenlevingsverband van verschillende organismen met wederzijds voordeel heet een symbiose. De alg zorgt voor de aanmaak van suikers door fotosynthese, de schimmel voor bescherming tegen uitdrogen, UV-straling en vraat. Mossen daarentegen zijn miniatuurplantjes. Ze zijn doorgaans groen en hebben meestal blaadjes en stengeltjes. Mossen verschillen van hogere planten omdat ze geen wortels en vaatbundels hebben. Een ander belangrijk kenmerk van mossen is dat ze sporen vormen in plaats van zaden. In dat opzicht lijken ze op varens en wolfsklauwen.

Mossen in het bosMossen behoren tot de oudste planten op aarde.
Een onderzoek dat de Drents-Groningse mossenwerkgroep enige jaren geleden in het Asserbos heeft uitgevoerd, heeft uitgewezen dat er in het bos 101 mossoorten voorkomen. Afgelopen zomer is er op de oude ijsbaan nog een nieuwe en vrij zeldzame mossoort gevonden, namelijk het Reuzenpuntmos. Deze soort is nog maar een paar keer in Drenthe gevonden. Het houdt van drassige schrale graslanden, waar kwelwater aan het oppervlak komt.

Vrienden van het Asserbos e.o. heeft, in samenwerking met de Drents-Groningse Mossenwerkgroep, op zaterdag 14 oktober 2006 een excursie in het Asserbos gehouden. Een verslag hiervan kunt u op deze website lezen onder ACTIVITEITEN/VERSLAGEN.

naar boven
28-12-'05 Ingezonden door Joke de Grijs:
"Vele Asserbos bezoekers troffen zo rond de Bosbeek bij de oude ijsbaan af en toe een kleurig klein vogeltje aan. Dit was de IJsvogel. IJsvogel
Enige tijd geleden vertelde iemand mij dat er een dood exemplaar hier gezien was en ik dacht dat het afgelopen zou zijn met dit prachtige gezicht.
Gelukkig niet!
De afgelopen dagen zie ik dit vogeltje weer. Wat zeg ik?
Vandaag zag ik op dezelfde plek liefst twee exemplaren !!

Oh ja, verder vermeld ik ook even de Bosuil. Hij/zij wordt de laatste tijd regelmatig gehoord."

naar boven